Zweten
Met zweethandjes wacht ik ze op, die eerste dag: havo 4. Ze komen al gauw, en met hen de inhoud van alle plantenbakken op de gang. Binnen 10 seconden ligt mijn lokaal, met de door mij zo zorgvuldig geschikte tafeltjes, vol met potgrond en stukjes van wat eens een grote varen was. Temidden van deze puinhoop: dertig joelende pubers met geen enkel oog voor mijn benauwde blikken.
De rest van het jaar wordt het iets beter, maar niet veel. De plantenbakvulling blijft weliswaar waar die hoort, maar niet zelden sta ik als een roepende in de woestijn mijn boodschap over ’t Kofschip te prediken, terwijl mijn klassen ondersteboven en achterstevoren hun sociale contacten bijhouden.
Proberen een aantekening te geven is een vorm van zelfkastijding. Niemand heeft een schrift, dus er ontstaat een hels lawaai waarin iedereen een blaadje probeert te bemachtigen. Na vijf minuten is dat gelukt.
‘Misschien is een pen ook wel handig,’ merk ik zuur op en ik heb meteen spijt.
‘Dennis! Geef mij een pen, jongen!’ gilt Rafaël. En om hem heen doet de rest van de klas hetzelfde.
‘Hee, doe eens zachter joh!’ corrigeer ik, maar ik kan Dennis niet overstemmen die brult dat Rafaël ‘een sneue pauper is die zelf een pen moet kopen, ja toch?’
Wanneer ik weer eens verzeild ben geraakt in een kansloze poging tot orde houden, heb ik visioenen van brugklassen. Die heb ik wel eens mogen aanschouwen. Dat zijn oases van rust waar ik al mijn kennis eindeloos kan spuien. Rijen van brave kindertjes die als gewillige sponsjes mijn wijsheid op zullen nemen. Ik werp nog eens een blik op mijn losgeslagen clubje zestienjarigen. Een koninkrijk voor een brugklas.
Een jaar later. Op het rooster zie ik dat ik ben gezegend met een brugklas. Met zweethandjes wacht ik ze op, de eerste dag. Ze komen al gauw, en er gebeurt niks. Uiterst kalm lopen ze naar een tafeltje en nemen plaats. De armen netjes over elkaar. En ze wachten af. Doodstil. Eenmaal van de verrassing bekomen begin ik enthousiast te vertellen over alles wat ik ze ga leren en waarom. In alle rust doe ik mijn verhaal en alle aantekeningen worden zonder morren overgenomen in hagelnieuwe schriftjes waarvan iedere leerling er minstens drie bij zich heeft. Iedereen heeft ook een pen die werkte. En ik zeg ‘Werk’, en ze werken, en ik zie dat het goed is.
Ik neem plaats achter mijn bureau en kijk naar de zwoegende kinderkopjes. Plichtsgetrouw zitten ze te schrijven. Ik neem dit moment diep in me op. Ik heb alles wat ik me tijdens die verschrikkelijke havo4-episodes had gewenst. En ik verveel me kapot.
Wednesday, May 26, 2010
Monday, April 05, 2010
Lauw bier
Lauw bier is een belangrijke schakel in de evolutietheorie. Denk maar aan iemand die op zijn feestje lauw bier serveert. Diegene geeft daarmee een signaal af: leuk dat jullie er zijn, maar ook weer niet zo leuk dat ik even de moeite heb genomen om het bier koud te zetten. Jij als bezoeker trekt je conclusies; het volgende partijtje wordt al minder drukbezocht en de gastheer eindigt tenslotte oud, vereenzaamd en vooral kinderloos achter een vettig glas lauw bier. Evolutionair dus geen succesverhaal.
Stel je nu een getrouwde man voor met een kantoorbaan. Niks wereldschokkends, gewoon elke dag een half uurtje forenzen naar een onbeduidend bureautje met een oncomfortabele stoel. Meneer heeft “zo’n dag” achter de rug en nu zit hij ein-de-lijk in de auto op weg naar huis. Naar zachte tuinkussens. Naar zijn echtgenote. Het is een stralend zonnige dag, maar hij geniet er niet van, omdat hij ooit in een vlaag van verstandsverbijstering heeft besloten geen airco nodig te hebben ‘voor die paar Nederlandse warme dagen per jaar’. Zwetend knijpt hij zijn ogen dicht tegen de zon. Zijn handen plakken aan het stuur. Hij snakt werkelijk naar een ijskoud biertje. Hij voelt het koolzuur al zachtjes zijn gehemelte kietelen.
Thuisgekomen echter, blijkt dat de wederhelft het bier wel heeft aangeschaft, maar niet heeft koud gezet. ‘Ik was tiramisu aan het maken, schat,’ roept ze ter verontschuldiging. Langzaam laat de man deze schijnbaar onschuldige mededeling tot zich doordringen. Wel tiramisu. Geen koud bier. Deze vrouw verliest onmiddellijk haar evolutionaire aantrekkingskracht: wie plant zich voort met een vrouw die het bier niet koud zet? Deze vrouw eindigt gescheiden met zeven katten en een koelkast vol tiramisu in een tweekamerwoning in een prachtwijk. Een zo’n biertje kan een leven maken of breken: onderschat nooit het belang van lauw bier.
Lauw bier is een belangrijke schakel in de evolutietheorie. Denk maar aan iemand die op zijn feestje lauw bier serveert. Diegene geeft daarmee een signaal af: leuk dat jullie er zijn, maar ook weer niet zo leuk dat ik even de moeite heb genomen om het bier koud te zetten. Jij als bezoeker trekt je conclusies; het volgende partijtje wordt al minder drukbezocht en de gastheer eindigt tenslotte oud, vereenzaamd en vooral kinderloos achter een vettig glas lauw bier. Evolutionair dus geen succesverhaal.
Stel je nu een getrouwde man voor met een kantoorbaan. Niks wereldschokkends, gewoon elke dag een half uurtje forenzen naar een onbeduidend bureautje met een oncomfortabele stoel. Meneer heeft “zo’n dag” achter de rug en nu zit hij ein-de-lijk in de auto op weg naar huis. Naar zachte tuinkussens. Naar zijn echtgenote. Het is een stralend zonnige dag, maar hij geniet er niet van, omdat hij ooit in een vlaag van verstandsverbijstering heeft besloten geen airco nodig te hebben ‘voor die paar Nederlandse warme dagen per jaar’. Zwetend knijpt hij zijn ogen dicht tegen de zon. Zijn handen plakken aan het stuur. Hij snakt werkelijk naar een ijskoud biertje. Hij voelt het koolzuur al zachtjes zijn gehemelte kietelen.
Thuisgekomen echter, blijkt dat de wederhelft het bier wel heeft aangeschaft, maar niet heeft koud gezet. ‘Ik was tiramisu aan het maken, schat,’ roept ze ter verontschuldiging. Langzaam laat de man deze schijnbaar onschuldige mededeling tot zich doordringen. Wel tiramisu. Geen koud bier. Deze vrouw verliest onmiddellijk haar evolutionaire aantrekkingskracht: wie plant zich voort met een vrouw die het bier niet koud zet? Deze vrouw eindigt gescheiden met zeven katten en een koelkast vol tiramisu in een tweekamerwoning in een prachtwijk. Een zo’n biertje kan een leven maken of breken: onderschat nooit het belang van lauw bier.
Wednesday, December 20, 2006
December made me to this
Liefjes, vriendjes, lieve vriendjes en andersoortige verwanten,
Gemiddeld één keer per jaar is het zo ver, en het is nu: december is gearriveerd en je bent een knappe als je haar weet te ontwijken. December is nogal een fanatieke tante namelijk, en ze schuwt geen middel om zichzelf aan je op te dringen: ze is er en derhalve zul je blij, vredig en vernikkeld zijn, verdeurie! Ach, laat ik niet te hard zijn voor december, ze zou zelf waarschijnlijk ook liever in juli langskomen. Stel je eens voor dat je één keer per jaar ergens bent, één keer, en dat je dan ter ere van je komst overal wordt doodgegooid met kribbes en kinderkoortjes (‘De Jammerende Juweeltjes’ uit Emmer Compascuum).
December heeft ook prima kanten: je sociale leven wordt door haar duidelijk en ongenadig in kaart gebracht. Ontvang jij post? Hoera, je hebt een leven. Haalt geen kartonnetje jouw deurmat en geen mailtje jouw inbox? Tja, jammer joh, trek je conclusies. Voor de duidelijkheid: als je dit mailtje zit te lezen, vlei jezelf dan niet meteen met de gedachte dat jij in de eerste categorie zit. Een zwaluw maakt geen zomer, zelfs niet in december.
Ik zal mezelf niet in een van de categorieën plaatsen, maar ik kan wel terloops noemen dat er al enig chemisch gekleurd en beglitterd papier voor mij in de brievenbus van mijn woning is bezorgd.
Dat brengt mij altijd op goede ideeën. Kerstkaartjes stralen liefde uit, zelfs al weet je dat 19 anderen exact hetzelfde exemplaar hebben ontvangen. Kerstkaartjes inspireren mij tot de gedachte: ‘Ik ook!’ In het kader van de kerstgedachte die december mij hardhandig door de strot heeft geperst, geloof ik in die maand heilig in het retourneren van gunsten: geef jij mij kartonnen liefde, dan geef ik de rest van de wereld ook wat warmte. Ik ga ook kerstkaarten schrijven!
Nee, natuurlijk niet. Ik ben belazerd. Ik ga heus niet, alleen om klefheid uit te dragen, Hallmark sponsoren en de wereld lastigvallen met mijn in haast gekrabbelde, ongeïnspireerde, en onleesbare hiëroglyfen. Nog los van het feit dat ik, zoals ik vorig jaar uitgebreid uiteengezet heb, absoluut zeker vergeet om die dingen op de post te doen als ik ze wél zou produceren.
Dus, waerde lezer, kies ik er wederom voor om het anders op te lossen. Leve de digitalisering van snelwegen, die mijn kerstwens voor jou mede mogelijk maakt. Want mijn gebrek aan sociaal talent als het om kerstkaarten gaat mag natuurlijk niet mijn warme gevoelens en beste wensen voor jou in de weg staan. Derhalve, om die reden en daarom wens ik je bij dezen via het smaak- en sfeervolle leesvenster van je emailprogramma gezellige kerstdagen en een knallende (wat een matige woordspeling) jaarwisseling. Sjieke methode? Neen. Gemeend? Jazeker.
Gegroet, en vrede op aarde!
Die-hard Tink-aanhang heeft bovenstaand relaas inmiddels al geruime tijd in de mailbox ontvangen.
Liefjes, vriendjes, lieve vriendjes en andersoortige verwanten,
Gemiddeld één keer per jaar is het zo ver, en het is nu: december is gearriveerd en je bent een knappe als je haar weet te ontwijken. December is nogal een fanatieke tante namelijk, en ze schuwt geen middel om zichzelf aan je op te dringen: ze is er en derhalve zul je blij, vredig en vernikkeld zijn, verdeurie! Ach, laat ik niet te hard zijn voor december, ze zou zelf waarschijnlijk ook liever in juli langskomen. Stel je eens voor dat je één keer per jaar ergens bent, één keer, en dat je dan ter ere van je komst overal wordt doodgegooid met kribbes en kinderkoortjes (‘De Jammerende Juweeltjes’ uit Emmer Compascuum).
December heeft ook prima kanten: je sociale leven wordt door haar duidelijk en ongenadig in kaart gebracht. Ontvang jij post? Hoera, je hebt een leven. Haalt geen kartonnetje jouw deurmat en geen mailtje jouw inbox? Tja, jammer joh, trek je conclusies. Voor de duidelijkheid: als je dit mailtje zit te lezen, vlei jezelf dan niet meteen met de gedachte dat jij in de eerste categorie zit. Een zwaluw maakt geen zomer, zelfs niet in december.
Ik zal mezelf niet in een van de categorieën plaatsen, maar ik kan wel terloops noemen dat er al enig chemisch gekleurd en beglitterd papier voor mij in de brievenbus van mijn woning is bezorgd.
Dat brengt mij altijd op goede ideeën. Kerstkaartjes stralen liefde uit, zelfs al weet je dat 19 anderen exact hetzelfde exemplaar hebben ontvangen. Kerstkaartjes inspireren mij tot de gedachte: ‘Ik ook!’ In het kader van de kerstgedachte die december mij hardhandig door de strot heeft geperst, geloof ik in die maand heilig in het retourneren van gunsten: geef jij mij kartonnen liefde, dan geef ik de rest van de wereld ook wat warmte. Ik ga ook kerstkaarten schrijven!
Nee, natuurlijk niet. Ik ben belazerd. Ik ga heus niet, alleen om klefheid uit te dragen, Hallmark sponsoren en de wereld lastigvallen met mijn in haast gekrabbelde, ongeïnspireerde, en onleesbare hiëroglyfen. Nog los van het feit dat ik, zoals ik vorig jaar uitgebreid uiteengezet heb, absoluut zeker vergeet om die dingen op de post te doen als ik ze wél zou produceren.
Dus, waerde lezer, kies ik er wederom voor om het anders op te lossen. Leve de digitalisering van snelwegen, die mijn kerstwens voor jou mede mogelijk maakt. Want mijn gebrek aan sociaal talent als het om kerstkaarten gaat mag natuurlijk niet mijn warme gevoelens en beste wensen voor jou in de weg staan. Derhalve, om die reden en daarom wens ik je bij dezen via het smaak- en sfeervolle leesvenster van je emailprogramma gezellige kerstdagen en een knallende (wat een matige woordspeling) jaarwisseling. Sjieke methode? Neen. Gemeend? Jazeker.
Gegroet, en vrede op aarde!
Die-hard Tink-aanhang heeft bovenstaand relaas inmiddels al geruime tijd in de mailbox ontvangen.
Subscribe to:
Posts (Atom)