Want zo is het ook!

Saturday, October 16, 2010

Rodekool

Caissière is een boeiend beroep. De hele dag trekken er mensen aan me voorbij die allemaal een andere gebruiksaanwijzing hebben. Al snel ontdek ik een aantal groepen: de-kerel-met-de-kenau, de-dame-met-de-stinkhond, de-zwerver-met-het-bochtbier en de diepvriesvrijgezel.
Hoewel het redelijk gangbaar is om je een beetje neerbuigend uit te laten over het beroep van caissière, is het echt geen makkie. Zo vergt het behoorlijk wat van je incasseringsvermogen om dag in, dag uit dezelfde flauwe grappen en beledigingen aan te horen over klantenpassen, kortingen en zegels. Denk aan camping-Henk in z’n half dicht geknoopte C&A-overhemd: ‘Sonder segels hoef ik bij de vrouw niet aan te komen, wijffie’ of aan de pittige korte kapsels die je bijna over de kassa trekken omdat ‘de cola deze week in de aanbieding was, hoor, kijk maar in die folder van je’.
En toch, al zit er soms een zware dag tussen, echt boos word ik nooit van wat ik zie. Tot een van mijn vaste klantjes langskomt: het rodekoolkereltje. Elke zaterdagmorgen, zo rond een uur of negen, stapt hij kwiek de winkel in. Het is een klein, fragiel mannetje, met een glimmend gezicht waar het plezier vanaf spat. Hij heeft helblauwe ogen en altijd rode wangen. En elke zaterdag doet hij zijn boodschappen bij ons, altijd met twee vaste waarden: een pak jus d’orange en een pak rodekool met appeltjes uit de diepvries. En waar de meeste mensen de caissière amper een blik, laat staan een groet, waardig gunnen, heeft hij een vriendelijk woord voor mij. Afrekenen doet hij steeds bij mij, zelfs als ik een langere rij heb. Geduldig sluit hij aan en lacht me vast vriendelijk toe.
Maar vandaag niet. Vandaag schuifelt hij voorzichtig langs de band en zet met een pijnlijk gezicht de rodekool op de band. Zijn blik houdt hij op de grond gericht. Als hij dichterbij komt, zie ik pas waarom: z’n gezicht is bont en blauw. Het zit onder de bulten, blauwe plekken en schrammen en de normaal vrolijke ogen staan dof. Als ik voorzichtig vraag wat er is, legt hij zachtjes uit dat hij beroofd is. In elkaar geslagen op straat en van zijn portemonnee ontdaan. Ik ben er stil van, en hij ook. De kwieke tred en de gulle lach is hij voorgoed kwijt. En dat maakt me boos.

1 Comments:

Post a Comment

Subscribe to Post Comments [Atom]



<< Home